Wat ik hoor in Stegeman en Wieringa – en waarom het vandaag zo nodig is
Afgelopen maand luisterde ik in de Italiaanse bergen naar twee podcasts van Pieter van der Wielen die bleven hangen: met Hans Stegeman, hoofdeconoom bij Triodos Bank, en Tommy Wieringa, schrijver en essayist. Twee totaal verschillende stemmen, maar ik hoorde bij allebei hetzelfde: helderheid zonder verharding. Realisme zonder cynisme. En een vermogen om de complexiteit van deze tijd te benoemen zónder hem te versimpelen.
Ik luisterde ze terwijl ik met de trein door Italië reisde, in de bergen en stille dorpjes waar het leven gewoon doorgaat. Mensen praten, lachen, drinken koffie alsof de wereld niet in brand staat. En misschien is dat ook goed. Als iedereen in paniek raakt, stort alles in. Maar ontkennen helpt net zo min. Beide mannen tonen precies die middenweg: de realiteit onder ogen zien zonder ervan weg te lopen.
De kern van wat Stegeman en Wieringa zeggen
Wat me vooral raakt in Stegemans verhaal, is de helderheid waarmee hij zegt dat ons economische systeem tegen zijn grenzen aan loopt. Niet als doemdenker, maar als econoom die al jaren naar dezelfde cijfers kijkt. Groene groei is volgens hem een mythe: we zitten voorbij meerdere planetaire grenzen, en een deel van de ecologische schade is niet meer terug te draaien. Dat klinkt hard, maar hij zegt het bijna rustig – als iets dat we onder ogen móeten zien om volwassen keuzes te kunnen maken.
Bij Wieringa klinkt hetzelfde besef, maar dan vanuit een andere laag. Hij zegt het bijna terloops: we zijn als mensheid een point of no return gepasseerd. Niet alleen ecologisch, maar moreel en historisch. Zijn woorden gaan over eindigheid, verlies en verantwoordelijkheid – zonder dramatiek en zonder verharding. Hij benoemt de werkelijkheid zoals die is, met een taal die niets verzacht maar ook niets vergroot. Dat maakt dat je kunt luisteren zonder te blokkeren.
Beiden spreken dus over grenzen en eindigheid – ieder op hun eigen manier. En over hoe je daarin aanwezig kunt blijven.
Het treft me dat beiden helder spreken over zaken waar veel mensen van wegkruipen: eindigheid, onzekerheid, klimaatontwrichting, polarisatie. Niet om te choqueren, maar omdat waarheid pas hanteerbaar wordt als je bereid bent haar te zien.
Waarom hun boodschap wél landt
Tijdens het luisteren merkte ik dat het niet alleen de inhoud is die landt, maar de manier waarop ze die dragen: helder, rustig en zonder verharding. Niet vanuit een bovenpositie. Ze overtuigen niet. Ze duwen niks weg, maar romantiseren het ook niet. Ze blijven bij de werkelijkheid, hoe ongemakkelijk die soms is.
Dat maakt ruimte. Dat maakt dat je kunt luisteren zonder te vernauwen. En precies daar begint voor mij het verschil tussen informatie en wijsheid.
Het is die combinatie die tegenwoordig zeldzaam is: een scherpe analyse die niet over mensen heen walst, maar juist uitnodigt om erbij te blijven.
Wat ik zie in hun manier van spreken
Wat ik zo herken bij hen – misschien omdat ik het in ook heb moeten leren – is dat ze niet spreken vanuit hun hoofd alleen. Het is geen droge ratio. En het is ook niet emotioneel uitvergroot – het blijft echt. Het is een vorm van spreken die niet afgescheiden is. Je voelt een doorleefde laag: ze hebben nagedacht, maar ze hebben ook gevoeld, geworsteld, geïnterpreteerd en geïntegreerd.
Ze spreken vanuit wat ik SQ zou noemen: je hele systeem inzetten. Niet alleen IQ (denken) of EQ (voelen), maar de bron daaronder – waar helderheid vanzelf ontstaat omdat er geen ruis meer tussen zit. Daardoor worden hun woorden precies, geworteld en zonder die subtiele defensies.
Dat contrast voelde ik extra toen ik eerder het bewerkte NRC-artikel van Stegeman o.b.v. de podcast las. Daar was de ziel eruit geredigeerd; precies die laag die maakt dat een boodschap landt. De nuance, de bedding, de toon – het was er niet meer. Dat laat precies zien hoe essentieel die belichaamde laag is. Zonder die laag blijft er informatie over, maar geen wijsheid.
Waarom dit ertoe doet in deze tijd
We leven in een fase waarin veel mensen niet meer echt luisteren. Contractie, verkramping, polarisatie – het is herkenbaar voor iedereen die met groepen werkt. In mijn werk gebruik ik vaak de windrichtingen om dit zichtbaar te maken:
- het westen dat in de aanval schiet,
- het oosten dat zich schuldig en depressief gaat voelen
- het noorden dat de ander overtuigt vanuit de mentale bovenpositie,
- het zuiden dat wegzakt en opgeeft,
- en de middenpositie waar echte verbinding mogelijk wordt.
Wat Stegeman en Wieringa doen, is blijven in de middenpositie – de plek van openheid en werkelijk contact. Ze dragen de werkelijkheid én blijven in contact. Ze ontkennen niets en verharden niet.
Dat is relevant, omdat je alleen vanuit die middenpositie het volle plaatje kunt zien – inclusief de paradoxen, de complexiteit en de pijn. Bewustzijn vernauwt niet meer. En daardoor kun je keuzes maken die niet voortkomen uit angst maar uit aanwezigheid. Pas dan kan er zich een echt duurzaam perspectief ontvouwen.
Wat jij zelf kunt doen (zonder te vluchten of te verharden)
Wat beiden impliciet uitdagen, is dit:
hoe blijf je aanwezig in een wereld die sneller verandert dan wij kunnen bevatten?
Niet door de ander te willen redden.
Niet door je af te sluiten.
Niet door te verharden in cynisme of ratio.
Maar door te doen wat je te doen hebt.
Door eerst jezelf onder ogen te komen – je eigen angsten, je oude patronen, je neuronale reflexen die willen vluchten, vechten of vastklampen.
En dan vanuit die helderheid te leven, te werken en te spreken.
En precies daar begint ook het werk dat ik dagelijks met mensen doe in sessies en retraites: het nulpunt herstellen van waaruit volwassen, bezield en open handelen weer mogelijk wordt. Wie zichzelf niet meer hoeft te verdedigen, kan helder zien. En wie helder ziet, kan aanwezig blijven zonder zichzelf te verliezen.
Misschien is dat wel de kern van wat deze twee mannen laten zien:
je kunt eerlijk zijn over de werkelijkheid én hoopvol zijn zonder illusies.
Niet omdat je alle antwoorden hebt,
maar omdat je bereid bent aanwezig te blijven in wat er is.


