Voor wie er meer uitkomt in z'n hoofd
 
Narcisme ontmaskerd

Narcisme ontmaskerd

Ontstaan van narcisme

Voorwaarden voor optimale ontwikkeling persoonlijkheid

Narcisme ontstaat in je vroege jeugd, omdat het heeft ontbroken ontbroken aan voorwaarden voor een ‘gezonde’ opvoeding. Maar wat is een gezonde opvoeding? Lichaamsgerichte psychotherapeute Diana Ruthgeert onderscheidt vier voorwaarden voor een optimale ontwikkeling van de persoonlijkheid, waarbij ze aansluit daarbij aan op het gedachtegoed van Albert Pesso (1):

  1. vervulling van basisbehoeften
    Basisbehoeften zijn plaats (inbedding), voeding (invulling), steun (gedragen worden), bescherming (beveiliging tegen gevaar van buiten) en begrenzing (limieten voor het gevaar van binnenuit). Door die als ouder passend in te vullen kan het kind zijn unieke potentie leven. 
  2. integratie van kracht en kwetsbaarheid
    Voor een evenwichtige persoonlijkheid is het belangrijk dat er een balans is tussen onze autonome kracht (naar buiten) en verbinding of kwetsbaarheid (die open en receptief is). Genetisch heeft elke mens die twee polen in zich, net zoals een gelijkaardige polariteit terug te vinden is in elke molecule en in elk atoom.
  3. ontwikkeling van bewustzijn en het sturend ik
    Bewustzijn heeft te maken met het vermogen tot zelfreflectie, waarbij je ook los komt van de identificatie met je gevoelens en gedachten (15). Kortom het besef van van jezelf en van je omgeving. Een kind leert emoties begrijpen doordat ze gespiegeld en teruggegeven worden. Zo ontwikkelt zich het vermogen tot mentaliseren. Een ouder bevordert de sociale en emotionele ontwikkeling door te blijven voorzien in woorden voor zijn angsten en wensen. Dit draagt ook bij aan een veilige hechting. Het bewustzijn heeft ook een coördinerend vermogen dat overziet wat iemand denkt, voelt, beslist en doet. Met dit sturend ik leer je doelgericht keuzes maken en ontwikkel je mentale flexibiliteit en het vermogen ongewenste impulsen te controleren. 
  4. de ontwikkeling van respect en de validatie van het uniek zijn
    Als ouders het mogelijk maken dat het kind zich veilig kan hechten, geven ze het meteen respect en kan respect als basisattitude verinnerlijkt worden. Hoe groot de fundamentele verschillen ook zijn, de ander wordt goed gezien en goed bevonden. Respect heeft twee pijlers: het bieden van veiligheid en tolereren van afstand. Uit een respectvolle bejegening en het socialiseren van het kind ontstaat gevoelens van verbondenheid, mededogen en bescheidenheid. Die houding vertaalt zich in een ontwikkeling van een gezonde eigenwaarde. Het kind is dan uitgerust om respect als universeel  menselijke waarde te integreren in zijn persoonlijkheid.

Voedingsbodem voor narcisme

Schalkwijk onderscheidt drie belangrijke thema’s die narcisme kunnen ‘voeden’ (4):

  1. Het samen-sterk narcisme
    Samen sterk (in eerste instantie met je ouders) voedt de zelfwaardering maar krijgt ongezonde trekken wanneer de wederzijdse idealisering nodig is om de kwetsbaarheid te maskeren. Schalkwijk geeft een treffend voorbeeld van een cliënt die bij de eerste ontmoeting zegt: “Ik heb u Gegoogeld en zag dat u regelmatig publiceert. Ik dacht, misschien ben ik wel een interessante cliënt voor voor u en kunt u achteraf een artikel over mij schrijven”. 
  2. Het-bewonderd-willen-worden-narcisme
    Het bewonderd worden draagt bij aan zelfwaardering, zelfs al gebeurt het in je fantasie. Het onvermijdelijk uitblijven daarvan tast de zelfwaardering slechts tijdelijk en lichtjes aan. Het wordt ongezond als ze als waar wordt beleefd. Dan leidt een gebrek aan erkenning  van talenten of bijzonderheden tot een gekrenkt gevoel dat samengaat met een flinke woede jegens die ander of jegens jezelf. Oftewel de pijl naar buiten of binnen in het windrichtingenmodel van Marinet Ritz (5). 
  3. Het-de-ander-bewonderen-narcisme
    De behoefte om te kunnen bewonderen voedt ook de zelfwaardering. Deze krijgt ongezonde trekken als iemand eenzijdig en overmatig wordt geïdealiseerd of geminacht en er weinig voor nodig is om helemaal om te slaan. 

Ongezond of ziekelijk narcisme ontstaat dus als de ontwikkeling vastloopt, omdat de peuter de ambivalentie niet kan verdragen. Die stagnatie uit zich in twee fenomenen:

  1. het verlangen verdwijnt, dat niet zonder afhankelijkheid van de ander bevredigt kan worden
  2. de ander wordt niet meer als een liefdevolle, welwillende verinnerlijkt.

Of zoals Freud schetst: “Wie te veel gericht is op de eigen innerlijke wereld, is meestal te weinig gericht op de innerlijke wereld van de ander”.

Wanneer is er sprake van ongezond of ziekelijk narcisme?

Wanneer moeten bij narcisme alarmbellen gaan rinkelen? Het is daarvoor van belang dieperliggend begrip te hebben van wat aan de orde kan zijn. Schalkwijk (4) onderscheidt drie samenhangende kenmerken die dusdanig sterk aanwezig moeten zijn dat ze leiden tot een ernstige belemmering voor een gezond psychisch functioneren:

  1. Tekortschietende regulatie van het zelfgevoel
    Er is dan sprake van overmatige, onrealistische idealisatie of minachting. Deze is zwart-wit en grijstinten ontbreken. Het kan ook schommelen tussen beide extremen waardoor je schiet van jezelf idealiseren naar jezelf minachten. Een narcist is zich hier niet bewust van. Dan dreigt hij namelijk in contact te komen met zijn kwetsbaarheden, en dat moet natuurlijk worden voorkomen. 
  2. Tekortschietende emotieregulatie
    Er is in dit geval sprake van sterke emotiewisselingen (bijvoorbeeld narcistische razernij oftewel kort lontje) die leiden tot verandering van het onderliggende zelfgevoel. Vaak is er ook sprake van een sterk pantser tegen schaamte en legt een narcist alles buiten zichzelf.
  3. Interpersoonlijke problemen
    Een narcist loopt onvermijdelijk aan tegen relationele problemen. Bijvoorbeeld omdat hij voortdurend anderen nodig heeft om het zelfgevoel te stutten. Een narcist zal relationele problemen toeschrijven aan de omstandigheden in plaats van een innerlijk conflict. En onbewust probeert de narcist genoegdoening te te krijgen voor wat hij of zij vroeger niet heeft gehad. Narcisme gaat vaak samen met een onveilige, vermijdende gehechtheid, maar valt er niet mee samen (niet iedereen met dit patroon is narcist). 

Bij ongezond of ziekelijk narcisme treden patronen en specifiek gedrag altijd op (4). Volgens het diagnostisch handboek (DSM-IV) heeft iemand een persoonlijkheidsstoornis als er sprake is van (10):

  • een duurzaam patroon van innerlijke beleving en gedragswijzen die iemand in conflict doet brengen met verwachtingen van de buitenwereld. Dit uit zich op de volgende wijze: de manier waarop iemand zichzelf en anderen interpreteert, emotionele reacties, interactie met anderen en impulsbeheersing.
  • onbuigzaamheid, inflexibiliteit en onvermogend om eigen gedrag aan te passen.
  • een persoonlijkheidsprobleem dat vroeg in het leven is ontstaan en sindsdien vrijwel onveranderd is gebleven.
  • een persoonlijkheid die iemand zelf als belemmerend ervaart in het succes op school, werk of in relaties
  • een gedragsprobleem van lange duur die niet wordt veroorzaakt door een andere chronische of recidiverende psychiatrische stoornis, een medische afwijking of middelengebruik.