Voor wie er meer uitkomt in z'n hoofd
 
Narcisme ontmaskerd

Narcisme ontmaskerd

Verschijningsvormen van narcisme

Veel lijstjes met kenmerken van narcisme en ook de DSM-IV indeling leveren al gauw het beeld op van een stereotype beeld van een narcist. Daarmee wordt voorbijgegaan aan de gelaagdheid van narcisme (1)(4). Voor het herkennen van subtielere vormen van narcisme is het daarom behulpzaam verschillende verschijningsvormen van narcisme te onderscheiden. Mengvormen van narcisme komen ook veel voor. Zoals Schalkwijk stelt: “Vreemd eigenlijk dat dit niet al veel eerder breed is opgemerkt en geaccepteerd. 

Narcisme volgens schemagerichte therapie

De schemamodi bij narcisme is meestal (3):

  • het eenzame, afgewezen of genegeerd kind
  • de zelfverheerlijker, concurrent of criticus
  • de afstandelijke vertrooster, sensatiezoeker of speculant.

Emotioneel tekort, tekortschieten en veeleisendheid zijn de belangrijkste schema’s bij patiënten met narcisme, maar er zijn dikwijls nog andere:

  • wantrouwen/misbruik
  • sociaal isolement/vervreemding
  • mislukken
  • onvoldoende zelfcontrole/zelfdiscipline
  • onderwerping
  • goedkeuring/erkenning zoeken 
  • strenge normen/overkritisch zijn 
  • bestraffendheid.

Omdat patiënten met narcisme overcompensatie en vermijding als coping-stijl hebben, zijn zij zich het grootste deel van de tijd nauwelijks van hun schema’s bewust. Je zou deze typeringen ook kunnen zien als maskers. Maskers zijn functioneel en dienend zolang er sprake is van voldoende congruentie tussen de buitenkant en de diepere laag (1). Bij een narcist is het echter een hulpmiddel om zich in te kapselen: de buitenste laag overtrekt zijn innerlijke staat aan het oog van de buitenwereld. Ze zijn dan bedoeld voor afleiding en effect.

Openlijk versus bedekt narcisme

Schalkwijk maakt in zijn recentste boek (4) nog een nader onderscheid dan die van openlijk of vanzelfsprekend en verborgen of waakzaam narcisme. Vanzelfsprekend en waakzaam narcisme worden namelijk óf openlijk geuit óf verborgen gehouden, zoals geïllustreerd in dit schema van Schalkwijk (4). Dat geldt ook voor waakzaam narcisme. Er zijn dus vier vormen van narcisme:

  1. vanzelfsprekend openlijk narcisme
  2. vanzelfsprekend bedekt (verborgen) narcisme
  3. waakzaam openlijk narcisme
  4. waakzaam bedekt (verborgen) narcisme. 

Het beeld is niet zwart-wit, je kunt meerdere vormen van narcisme met je meedragen die je afhankelijk van de context leeft. Je kan het zien als rollen (de benaming heb ik zelf bedacht): 

De betweter (vanzelfsprekend bedekt narcisme)

In openlijke vorm van vanzelfsprekend narcisme zal iemand zijn grootheidsfantasieën of zelfbeeld uiten naar anderen. Iemand acht zichzelf beter dan andere mensen,  heeft enorme behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie en inlevingsvermogen (6). Bij de bedekte vorm houdt iemand zijn mening veel meer voor zich, maar vindt iemand van zichzelf wel dat hij het allemaal beter weet of dat de wereld om hem of haar draait. 

Jezelf opofferen (waakzaam openlijk narcisme)

Bij waakzaam narcisme zal iemand in de openlijke vorm bijvoorbeeld zijn negatieve zelfbeeld etaleren en anderen uitnodigen deze te ontkrachten. Iemand haalt zichzelf dan omlaag en nodigt de ander uit dit te ontkrachten: “Gaan jullie maar drinken, dan ben ik wel de Bob vanavond. Jullie weten immers dat als ik iets drink altijd mijn mindere leuke kanten naar voren komen.”. 

Bij waakzaam openlijk narcist is er vaak sprake van drama en/of op een wat indirecte wijze trekken van aandacht. Iemand wijst zichzelf af (pijl naar binnen) en wil tegelijk dat anderen zijn of haar ‘grootsheid’ zien. Wat ben ik toch goed bezig. Er kan ook sprake zijn van veel negatieve energie in de onderstroom en/of een soort zuigende energie. 

Jezelf wegcijferen (waakzaam bedekt narcisme)

Een andere variant is nog lastiger te herkennen als een vorm van narcisme: de waakzaam bedekte narcist. Bij de bedekte vorm zal iemand zichzelf wegcijferen. Een bekend boek hierover is Het drama van het begaafde kind van Alice Miller (8). Zij beschrijft hoe iemand soms zo gericht kan zijn op het volbrengen van taken en het verantwoordelijkheid nemen voor een ander, dat ze het contact met hun ware zelf kwijt geraakt zijn of nog nooit hebben ervaren. 

Ze piekeren meer dan goed voor hen is, de spontane lach is verdwenen. Het is gevaarlijk niet te weten wie jezelf bent wanneer je een relatie wilt aangaan: hoe moet je reageren wanneer het intiemer wordt, wie ben je immers zelf. De angst om overspoeld te raken door de ander is immers bij hen die bang zijn van binnen leeg te zijn. Het is ook moeilijk om rustig alleen te zijn, want de kunst van het alleen zijn wordt alleen verstaan door hen die in zichzelf geankerd zijn. Depressieve grondstemmingen beginnen zich aan te dienen omdat allerlei emoties onderdrukt worden. 

In hun rijke karakterstructuur komen zulke fijne gevoel nuances en gedachten op dat ze door een ouder niet herkend werden en dus niet beantwoord. Een kind gaat dan snel denken dat deze eigen gevoelens geen bestaansrecht hebben, vreemd zijn of stom of belastend. 

Waakzaam narcisme gaat vaak gepaard met burn-out verschijnselen. De onderliggende kwetsuren worden vaak geuit in een sociaal zeer gewaardeerde vorm (bijv. hulpverlener) en worden daarom niet herkend (4).

Onderscheid met andere persoonlijkheidsstoornissen

Belangrijk op te merken dat het ontbreken van specifieke voorwaarden niet altijd narcisme in de hand hoeft te werken. Zo werkt bijvoorbeeld niet elke vorm van onveilige hechting de ontwikkeling van narcisme in de hand. (1) Er kan ook sprake zijn van DSM-IV persoonlijkheidsstoornissen zoals borderline en schizoïde persoonlijksheidsstoornissen. Ik werk de verschillen slechts summier uit wegens beperkingen in lengte van deze paper. 

Narcisme onderscheidt zich onder meer van het schizofreniespectrum doordat er bij de laatste sprake is van onverschilligheid en afstandelijkheid. Bij een paranoïde persoonlijkheidsstoornis is iemand sterk achterdochtig. Zij ervaren zichzelf als object van vijandigheid. (13) 

Bij borderline is sprake van egozwakte met als gevolg vervloeiing van de egogrenzen, overheersing van primitieve afweer formaties, gebrek aan angst toleranties, verminderde impulscontrole en een beschadigd vermogen tot sublimeren. Het separatie-individualisatieproces is niet goed doorlopen en je zoekt in de buitenwereld dat wat in de binnenwereld ontbreekt aan goede objecten die holding bieden. Iemand heeft niet geleerd goed het onderscheid te maken tussen wie ik en de ander is (16). Vaak heeft iemand last overspoeling. Iemand met lichte  borderline stoornissen wordt boos, huilt veel of lijdt aan verslavingen.  

Ook narcisten leiden aan een minderwaardigheidsgevoel (16). Ze hebben echter een sterkere ego dan mensen met borderline en ontwikkelen een spiegelende of idealiserende vorm van overdracht. Ze creëren een mooie buitenkant en zijn van binnen leeg. Een narcist heeft meer manifestatiekracht dan mensen met borderline.